De slangen (Pantherophis gutattus - rode rattenslang)

Pluto Madam Mikmak

Rode rattenslangen komen in Noord-Amerika in het wild voor. Ze worden tussen de één en anderhalve meter lang en kunnen verschillende kleuren hebben. Het zijn makkelijke dieren, omdat  ze niet veel eisen stellen aan het terrarium en omdat ze rustig zijn.
Je kunt makkelijk meerdere slangen bij elkaar doen in een terrarium, maar je moet wel de geslachten weten. Als je een man en een vrouw bij elkaar wilt doen, moet de vrouw minimaal 300 gram zijn, anders kan ze legnood krijgen. Als je meerdere slangen van hetzelfde geslacht bij elkaar wilt doen, moet je op de lengte letten. De dieren moeten ongeveer even groot zijn, omdat ze anders elkaar kunnen opeten. De kans daarop is klein bij rattenslangen, maar het kan wel.
Wij hebben 4 slangen. Onze eerste, Pluto (19 juli 2000 geboren), heeft altijd samen gezeten met de mannen, omdat we dachten dat het een man was, maar sinds we Patch (2 september 2004 geboren) hebben, weten we dat het een vrouw is...! Ze zit nu in een ander terrarium samen met onze nieuwste aanwinst: Madam Mikmak (25 september 2006 geboren). Wolfje (27 augustus 2006 geboren) en Patch zijn beide mannen en delen samen een terrarium. Pluto is een wildkleur, Patch is ook een wildkleur en hij is motley (patroon), Madam Mikmak is een kruising lavender en Wolfje is een missing-red.

Terrarium

De diagonaal van het terrarium van een rattenslang, moet ongeveer evengroot zijn als de slang. De slang kan dan precies helemaal uitgestrekt liggen. Onze terraria zijn wat groter dan dat, maar we hebben nog nooit een slang helemaal uitgestrekt zien liggen.
Slangen kunnen goed klimmen, maar bij ons doen ze dat niet veel. We hebben wel takken en stenen in het terrarium liggen, zodat ze wel kunnen klimmen. In het terrarium moet ook een waterbak staan, waar de slang ook helemaal in  kan liggen. Dat is vooral belangrijk tijdens het vervellen, omdat ‘ie dan veel vochtigheid nodig heeft. Vlak voor het vervellen wordt de slang doffer en krijgt hij blauwige ogen, dan kun je ook de luchtvochtigheid in het terrarium verhogen door te sproeien met een plantenspuit.
Op de bodem van de terraria hebben wij beukensnippers liggen. Dat is goed voor de slangen, omdat het goed vocht opneemt en niet stoffig is. Je kunt ook bijvoorbeeld kranten op de bodem leggen, maar dan kan de slang een beetje grijzig worden van de inkt en dat moet je vaker vervangen, omdat het heel vies wordt als er ontlasting op komt. Zaagsel, corbo, spagnum of andere dingen kan je ook gebruiken.
De temperatuur die je in het terrarium moet hebben is wel hoger dan kamertemperatuur, maar niet heel hoog. De gemiddelde temperatuur moet zo’n 27 graden zijn, onder de lamp mag het behoorlijk warmer zijn en op de koudste plek wat kouder, zodat de slang zelf kan kiezen waar hij wil liggen. Overal moeten schuilplekken zijn, zodat de slang zich overal ook veilig voelt. Ter versiering kan je nepplanten in het terrarium doen en ook voor een slangenterrarium kun je zelf een achterwand maken (bij het verhaal over baardagamen staat hoe).

Voedsel

Slangen eten elke week (of volwassen slangen eens per twee weken) een muis. Het hangt af van de grootte van de slang, hoe groot de muis moet zijn. Een volwassen slang of een slang vanaf ongeveer één meter kan een volwassen muis krijgen, een baby slang moet een babymuis krijgen en daar tussenin zitten ook nog 3 maten muizen. Je moet vooral op de dikte van de slang letten om te zien of een slang een bepaalde muis aan kan.
Als je meerdere slangen in een terrarium hebt, moet je die altijd uit elkaar halen tijdens het eten. Anders kunnen beide slangen aan dezelfde muis beginnen en dan kan de ene slang de andere opeten zonder het door te hebben. Ook als je één slang hebt, moet ‘ie uit het terrarium om te eten, omdat ‘ie anders per ongeluk beukensnippers mee naar binnen kan krijgen. Dan kan de slang behoorlijke verstoppingen krijgen en dat  kan heel gevaarlijk zijn. Als de slang op kranten zit hoeft dat natuurlijk niet, maar het voeren is ook altijd wel een handig moment om te zien of je slang helemaal gezond is.
Wij voeren de slangen allemaal dode muisjes. Die kopen we in de dierenwinkel en die zitten in de vriezer. Als slangen geen dode muisjes eten, moet je ze levende muizen geven, maar daar moet je wel bij blijven. De muis kan namelijk ook beginnen te knagen aan de slang, als de slang geen honger heeft. Er zit ook nog een stap tussen diepvriesmuisjes en levende muisjes, dat zijn pre-killed muisjes. Dat fok je zelf muizen en vlak voor het voeren maak je die dood, zodat ze nog warm zijn als je ze aan de slang geeft. Dat heeft als voordelen dat ze nog alle voedingsstoffen hebben en dat je geen risico hebt dat je slang wordt aangevreten. Je moet alleen wel zelf muizen dood kunnen maken en dat kunnen wij niet, dus wij kopen diepvriesmuisjes.

Patch Wolfje