De slangen (Pantherophis gutattus - rode rattenslang)
![]() |
![]() |
Rode rattenslangen komen in Noord-Amerika in het wild voor. Ze worden tussen de één en anderhalve meter lang en kunnen verschillende kleuren hebben. Het zijn makkelijke dieren, omdat ze niet veel eisen stellen aan het terrarium en omdat ze rustig zijn.
Terrarium
De diagonaal van het
terrarium van een rattenslang, moet ongeveer evengroot zijn als de slang. De
slang kan dan precies helemaal uitgestrekt liggen. Onze terraria zijn wat groter
dan dat, maar we hebben nog nooit een slang helemaal uitgestrekt zien liggen.
Slangen kunnen goed klimmen, maar bij ons doen ze dat niet veel. We hebben wel
takken en stenen in het terrarium liggen, zodat ze wel kunnen klimmen. In het
terrarium moet ook een waterbak staan, waar de slang ook helemaal in kan
liggen. Dat is vooral belangrijk tijdens het vervellen, omdat ‘ie dan veel
vochtigheid nodig heeft. Vlak voor het vervellen wordt de slang doffer en krijgt
hij blauwige ogen, dan kun je ook de luchtvochtigheid in het terrarium verhogen
door te sproeien met een plantenspuit.
Op de bodem van de terraria hebben wij beukensnippers liggen. Dat is goed voor
de slangen, omdat het goed vocht opneemt en niet stoffig is. Je kunt ook
bijvoorbeeld kranten op de bodem leggen, maar dan kan de slang een beetje
grijzig worden van de inkt en dat moet je vaker vervangen, omdat het heel vies
wordt als er ontlasting op komt. Zaagsel, corbo, spagnum of andere dingen kan je
ook gebruiken.
De temperatuur die je in het terrarium moet hebben is wel hoger dan
kamertemperatuur, maar niet heel hoog. De gemiddelde temperatuur moet zo’n 27
graden zijn, onder de lamp mag het behoorlijk warmer zijn en op de koudste plek
wat kouder, zodat de slang zelf kan kiezen waar hij wil liggen. Overal moeten
schuilplekken zijn, zodat de slang zich overal ook veilig voelt. Ter versiering
kan je nepplanten in het terrarium doen en ook voor een slangenterrarium kun je
zelf een achterwand maken (bij het verhaal over baardagamen staat hoe).
Voedsel
Slangen eten elke week (of
volwassen slangen eens per twee weken) een muis. Het hangt af van de grootte van
de slang, hoe groot de muis moet zijn. Een volwassen slang of een slang vanaf
ongeveer één meter kan een volwassen muis krijgen, een baby slang moet een
babymuis krijgen en daar tussenin zitten ook nog 3 maten muizen. Je moet vooral
op de dikte van de slang letten om te zien of een slang een bepaalde muis aan
kan.
Als je meerdere slangen in een terrarium hebt, moet je die altijd uit elkaar
halen tijdens het eten. Anders kunnen beide slangen aan dezelfde muis beginnen
en dan kan de ene slang de andere opeten zonder het door te hebben. Ook als je
één slang hebt, moet ‘ie uit het terrarium om te eten, omdat ‘ie anders per
ongeluk beukensnippers mee naar binnen kan krijgen. Dan kan de slang behoorlijke
verstoppingen krijgen en dat kan heel gevaarlijk zijn. Als de slang op kranten
zit hoeft dat natuurlijk niet, maar het voeren is ook altijd wel een handig
moment om te zien of je slang helemaal gezond is.
Wij voeren de slangen allemaal dode muisjes. Die kopen we in de dierenwinkel en
die zitten in de vriezer. Als slangen geen dode muisjes eten, moet je ze levende
muizen geven, maar daar moet je wel bij blijven. De muis kan namelijk ook
beginnen te knagen aan de slang, als de slang geen honger heeft. Er zit ook nog
een stap tussen diepvriesmuisjes en levende muisjes, dat zijn pre-killed
muisjes. Dat fok je zelf muizen en vlak voor het voeren maak je die dood, zodat
ze nog warm zijn als je ze aan de slang geeft. Dat heeft als voordelen dat ze
nog alle voedingsstoffen hebben en dat je geen risico hebt dat je slang wordt
aangevreten. Je moet alleen wel zelf muizen dood kunnen maken en dat kunnen wij
niet, dus wij kopen diepvriesmuisjes.
|
|
![]() |